De jonge Italiaan Mattia Fusi is een van de meest interessante pianisten van zijn generatie. Hij studeerde in Trieste en Keulen en reeg de prijzen aan elkaar. Hij heeft een bijzondere voorliefde voor hedendaagse composities en zet zich in om de muziek van Giampaolo Coral weer op de kaart te zetten. Maar ook Bach neemt een centrale rol in zijn carrière in. Hij kiest voor de derde en vierde partita, elk opgebouwd uit zeven, vaak door dans geïnspireerde delen. Afsluiten doet hij enigszins verrassend met de pianosonate van Samuel Barber. Dit naoorlogse werk, dat Barber van plan was deels tijdens een verblijf in Rome te schrijven, werd in 1949 door Vladimir Horowitz in première gebracht en was een instant succes. Het wordt gezien als een van Barbers belangrijkste werken en een hoeksteen van de 20ste-eeuwse Amerikaanse klassieke muziek.
The young Italian Mattia Fusi is one of the most interesting pianists of his generation. Having studied in Trieste and Cologne, he has won numerous prizes. He has a particular fondness for contemporary compositions and is dedicated to reviving the music of Giampaolo Coral. However, Bach also plays a central role in his career. He has chosen the third and fourth partitas, each of which consists of seven movements often inspired by dance. Surprisingly, he concludes with Samuel Barber’s piano sonata. Composed partly during Barber’s time in Rome, this post-war work was premiered by Vladimir Horowitz in 1949 and was an instant success. Considered one of Barber’s most important works, it is a cornerstone of 20th-century American classical music.
Mattia Fusi piano
J. S. Bach (1685-1750)
–
Partita No. 4 in D major, BWV 828
–
Partita No. 3 in A minor, BWV 827
S. Barber (1910-1981)
–
Piano Sonata in E-flat minor